Vakantieparken verloren 2,5% overnachtingen in de eerste helft van 2026

Ruben van der Kraan
Datum
28/8/2026

In de eerste helft van 2026 daalde het aantal overnachtingen op Nederlandse vakantieparken en huisjesterreinen met 2,5 procent ten opzichte van dezelfde periode in 2025. Hotels verloren 1,8 procent. Tegelijk steeg het aantal gasten met 0,7 procent: mensen komen nog steeds, maar blijven korter. Dat blijkt uit de halfjaarcijfers verblijfstoerisme 2026 die NBTC op 25 augustus 2026 publiceerde, op basis van cijfers van het CBS.

Het is de eerste halfjaarmeting sinds de btw op logies op 1 januari 2026 van 9 naar 21 procent ging. En het opvallendste cijfer is niet de daling zelf, maar hoe klein die is vergeleken met wat het kabinet vooraf liet uitrekenen.

De kerncijfers, eerste helft 2026 tegenover eerste helft 2025

  • Gasten totaal: +0,7 procent
  • Overnachtingen totaal: -1,5 procent
  • Vakantieparken en huisjesterreinen: -2,5 procent overnachtingen
  • Hotels: -1,8 procent overnachtingen
  • Campings: -2 procent gasten, +0,8 procent overnachtingen
  • Duitse en Belgische gasten: circa -3 procent
  • Spanje +14 procent, Verenigd Koninkrijk +3 procent, Azie -9,5 procent
  • Drenthe -7 procent, Friesland +5 procent, Gelderland +3 procent

Bron: NBTC, halfjaarcijfers verblijfstoerisme 2026, 25 augustus 2026, op basis van CBS-cijfers.

Wat voorspelde het kabinet vooraf, en wat is er werkelijk gebeurd?

Dit is het cijfer dat in de berichtgeving over de eerste helft van 2026 nergens is opgedoken, en het is het belangrijkste van allemaal.

Voordat de btw-verhoging inging, liet het ministerie van Financien onderzoeksbureau Significant APE doorrekenen wat het effect zou zijn. Die impactanalyse van 24 juni 2025 kwam uit op een daling van de toeristische overnachtingsvraag van 6,2 procent, bij een aangenomen prijsdoorwerking van 75 procent, oftewel ongeveer 8,25 procent hogere prijzen voor de gast. De verwachte omzetdaling op toeristische overnachtingen was 8,5 procent.

Gerealiseerd over de eerste helft van 2026: 1,5 procent minder overnachtingen in totaal, 2,5 procent op vakantieparken.

De daling is dus duidelijk kleiner dan de raming, en dat is het opvallendste aan deze cijfers. Wel is het goed om te weten waar de twee getallen van elkaar verschillen, want ze zijn niet een-op-een vergelijkbaar. De raming ging over de toeristische overnachtingsvraag over een heel jaar, gemeten tegen wat er zonder btw-verhoging zou zijn gebeurd. De 1,5 procent gaat over alle overnachtingen inclusief zakelijk, over een half jaar, gemeten tegen dezelfde periode vorig jaar. Als de markt zonder btw-verhoging zou zijn gegroeid, dan is het werkelijke effect van de maatregel groter dan die 1,5 procent op het eerste gezicht suggereert.

Ook met dat voorbehoud blijft de conclusie staan: de vraag naar verblijfsrecreatie in Nederland is minder prijsgevoelig gebleken dan het rekenmodel aannam. Voor wie een park ontwikkelt of exploiteert is dat een wezenlijk ander uitgangspunt dan het doembeeld waarmee de sector het jaar in ging. De volledige jaarcijfers, over een heel seizoen en inclusief de zomer, geven pas het definitieve antwoord.

Waarom worden vakantieparken harder geraakt dan hotels?

Vakantieparken verloren in de eerste helft van 2026 meer overnachtingen (-2,5 procent) dan hotels (-1,8 procent). Dat is contra-intuitief: hotels hebben doorgaans het hoogste prijspunt en zouden dus het gevoeligst moeten zijn voor een btw-verhoging.

Ten eerste zit het huisjessegment in het prijsgevoeligere deel van de markt. De impactanalyse van Significant APE liet zien dat gasten in het budgetsegment bij 37 tot 40 procent overstappen naar een alternatief, tegen 21 tot 28 procent in het luxesegment. Een gezin dat een huisje boekt, wijkt eerder uit dan een zakelijke hotelgast.

Ten tweede kunnen hotels de klap deels wegnemen in hun prijs. Volgens dezelfde halfjaarcijfers daalden de hotelkamerprijzen met ongeveer 4 procent, waarmee hotels een deel van de btw-verhoging zelf absorbeerden. Een parkexploitant met een vaste kostenbasis en een kortere verhuurperiode heeft die ruimte veel minder.

De vergelijking met het buitenland maakt het scherper: Nederland zit sinds 1 januari 2026 op 21 procent btw op logies, tegenover 7 procent in Duitsland en 12 procent in Belgie. Voor een Duitse gast aan de grens is dat een direct waarneembaar prijsverschil. Duitse en Belgische gasten samen daalden in de eerste helft van 2026 met circa 3 procent.

Wat betekent een kortere verblijfsduur voor de exploitatie van een park?

Dit is het onderdeel dat in vrijwel alle berichtgeving over deze cijfers ontbreekt, en het is voor een ontwikkelaar het meest concrete.

Meer gasten (+0,7 procent) bij minder overnachtingen (-1,5 procent) betekent per definitie: meer boekingen, kortere verblijven, meer wissels per seizoen. Elke wissel kost geld. Schoonmaak, linnengoed, check-in, administratie en boekingsprovisie zijn kosten per boeking, niet per nacht. Een park dat hetzelfde aantal nachten verkoopt in meer, kortere boekingen draait dus dezelfde omzet tegen hogere kosten.

Daar komt bij dat de btw niet de enige lastenstijging is. De toeristenbelasting steeg in 2026 met bijna 10 procent, de grootste toename in jaren, na een stijging van gemiddeld 31,4 procent tussen 2021 en 2025 (NRIT Media).

Voor een ontwikkelaar raakt dit niet de exploitatie op afstand, maar de verkoop rechtstreeks. Onder vrijwel elke verkoopprospectus van een recreatiewoning ligt een exploitatiebegroting met een aangenomen bezetting en verblijfsduur. Een begroting die op de verblijfsduur van 2023 is gebouwd, klopt in 2026 niet meer. Een koper die dat doorheeft, haakt af of gaat onderhandelen. Wie nu een project in de markt zet, doet er goed aan die aannames opnieuw door te rekenen voordat de eerste brochure de deur uit gaat.

Welke regio's groeien, en welke krimpen?

Het landelijke gemiddelde verbergt grote verschillen. In de eerste helft van 2026 groeide Friesland met 5 procent en Gelderland met 3 procent in overnachtingen, terwijl Drenthe 7 procent verloor, de sterkste daling van alle provincies.

Ook in herkomst verschuift het beeld. Terwijl Duitse en Belgische gasten met circa 3 procent daalden, groeide het aantal gasten uit Spanje met 14 procent en dat uit het Verenigd Koninkrijk met 3 procent. Azie verloor 9,5 procent. Het inkomende toerisme verschuift dus binnen Europa weg van de nabuurmarkten. Dat is precies de omgekeerde beweging van wat de meeste parken in hun doelgroepdefinitie hebben staan.

En binnen de accommodatietypen: campings verloren 2 procent gasten maar wonnen 0,8 procent overnachtingen. Kamperen groeide dus in nachten terwijl huisjes krompen.

Dat maakt locatie- en conceptkeuze aantoonbaar zwaarder wegen dan een jaar geleden. Een park in Friesland met het juiste product zit in een groeiende markt, hetzelfde park in Drenthe niet.

Wat betekent dit voor de verkoop van nieuwe kavels en recreatiewoningen?

De exploitatiecijfers en de vastgoedcijfers worden zelden naast elkaar gelegd, terwijl ze voor een ontwikkelaar een verhaal zijn.

Aan de vastgoedkant meldde de NVM op 23 april 2026 over het jaar 2025: 4.273 verkochte recreatiewoningen, een gemiddelde verkooptijd van 84 dagen, een aanbod op het hoogste niveau in vijftien jaar, en kopers die gemiddeld 3,4 procent onder de vraagprijs afsluiten. NVM-makelaars gaven de verkoopbaarheid een 5,6 uit 10 en meer dan de helft verwachtte voor 2026 een lager transactievolume.

Combineer dat met de exploitatiecijfers en het beeld is duidelijk: de vraag is er nog, maar de koper is kritischer en langzamer geworden, en hij rekent scherper. Verkopen gaat niet vanzelf meer. Niet omdat de markt weg is, maar omdat er meer aanbod is en de koper meer tijd neemt.

Dat is precies waarom wij bij Recraparcs de afgelopen anderhalf jaar ruim 260 kavels hebben verkocht over vier volledig uitverkochte parken: Hellendoorn, Huis ter Heide, Fryske Mar en Stelleplas. Niet omdat die parken zichzelf verkochten, maar omdat elke lead werd nagebeld tot er een afspraak stond of een duidelijk nee lag, en omdat we per verkoop konden herleiden uit welke advertentie die voortkwam.

Wat kun je hier als ontwikkelaar nu mee?

Reken je exploitatieaannames opnieuw door. Als je prospectus uitgaat van de verblijfsduur en bezetting van voor 2026, is hij achterhaald. Reken met meer, kortere boekingen en de bijbehorende kosten per wissel.

Kijk kritisch naar locatie en herkomst. Als je businesscase leunt op Duitse gasten, houd dan rekening met een structureel verschil van 14 procentpunten btw ten opzichte van Duitsland zelf. Als je in een krimpende provincie zit, is dat geen reden om te stoppen, maar wel om je positionering scherper te maken dan je concurrent.

Onderschat de verkoopinspanning niet. 84 dagen gemiddelde verkooptijd en een aanbod op vijftienjarig hoogtepunt betekenen dat de tijd van afwachten voorbij is. De parken die volraken, zijn de parken waar iemand elke dag achter de leads aan zit. Lees hoe wij dat doen op Voor ontwikkelaars en Recreatiepark verkopen.

Verantwoording bij de cijfers

De halfjaarcijfers in dit artikel komen uit Halfjaarcijfers verblijfstoerisme 2026 van NBTC, gepubliceerd op 25 augustus 2026 op basis van cijfers van het CBS. De onderliggende maandcijfers staan in CBS StatLine tabel 82058NED. De impactanalyse van Significant APE, de btw-tarieven van de Belastingdienst en de recreatiewoningcijfers van de NVM zijn eveneens rechtstreeks bij de bron gecontroleerd en hierboven gelinkt. Wij werken dit artikel bij zodra NBTC of het CBS nieuwe kwartaal- of jaarcijfers publiceert.